Ruzie over de uitvaart: wie beslist er dan? De wet kent maar één maatstaf
Selma Khudeir
2 september 2026

Bijna iedereen denkt te weten wie er over een uitvaart gaat. De partner, toch? Of anders de oudste zoon, of degene die in het testament staat. In de praktijk klopt geen van die antwoorden. De Wet op de lijkbezorging wijst helemaal geen familielid aan, en zij kent maar één maatstaf voor wat er moet gebeuren: wat de overledene zelf wilde. Zolang de familie het eens is, merkt niemand dat. Zodra er onenigheid ontstaat, blijkt hoe kaal die regel is, en hoe weinig tijd er is om hem in te vullen. Hieronder wat er wél in de wet staat, wat een rechter doet als u niets heeft vastgelegd, en welke tien minuten voorbereiding dat hele scenario overbodig maken.
1. Er is geen wettelijke rangorde van nabestaanden
Dit is het eerste misverstand, en het hardnekkigste. Er bestaat in Nederland geen wettelijk lijstje waarin staat dat eerst de partner beslist, dan de kinderen en dan de ouders. Artikel 18 van de Wet op de lijkbezorging zegt iets veel praktischers: in de lijkbezorging wordt voorzien "door degene, die het in artikel 11 bedoelde verlof aanvraagt, dan wel door degene, die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden". Dat verlof tot begraving of crematie wordt afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand, en in de praktijk vraagt de uitvaartondernemer het aan namens degene die hem heeft ingeschakeld. Wie als eerste de telefoon pakt en een uitvaartondernemer opdracht geeft, is dus feitelijk degene die het in gang zet. Niet omdat die persoon meer recht heeft dan de anderen, maar omdat de wet dat punt eenvoudigweg niet regelt.
2. De enige maatstaf is uw wens, of uw vermoedelijke wens
Wat de wet wél regelt, staat in dezelfde bepaling en is glashelder: "De lijkbezorging geschiedt overeenkomstig de wens of de vermoedelijke wens van de overledene, tenzij dat redelijkerwijs niet gevergd kan worden." Daar staat niet dat de nabestaanden mogen bepalen wat zij het mooist vinden. Er staat dat zij moeten uitvoeren wat u wilde. Degene die de uitvaart regelt heeft dus geen eigen keuzevrijheid, maar een opdracht: uw wens uitvoeren. Alleen als volstrekt onbekend is wat u wilde, komt de voorkeur van de nabestaanden in beeld, en dan nog als benadering van wat u vermoedelijk gewild zou hebben. Dat geldt overigens ook voor wat er daarna met de as gebeurt: het tweede lid rekent het geven van een bestemming aan de as uitdrukkelijk tot de lijkbezorging.
3. Wat een rechter doet als niemand het weet
Op 21 juli 2026 wees de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag een vonnis dat precies laat zien hoe dit uitpakt. Het ging om een vrouw van 32 die op 7 juli 2026 onverwacht overleed. Zij was geboren en opgegroeid in India, trouwde daar in 2024 en verhuisde eind september 2025 met haar man naar Nederland, waar het stel een zoon kreeg. Haar man schakelde na haar overlijden een uitvaartondernemer in en kreeg verlof voor een crematie in Nederland, met hindoeïstische priesters erbij. Haar ouders en broer in India wilden dat zij naar India zou worden overgebracht om daar volgens de traditie te worden gecremeerd, in het bijzijn van de familie. Zij begonnen een kort geding. De rechter stelde vast dat de vrouw nooit had gezegd wat zij wilde, en dat de vraag dus was of er aanknopingspunten waren voor een vermoeden daaromtrent.
4. Waar de rechter dan naar kijkt
Die aanknopingspunten vond de rechter in haar levensloop. Zij was opgegroeid in een gezin waarin hindoeïstische tradities belangrijk waren, had vrijwel haar hele leven in India gewoond, en er was geen enkele aanwijzing dat zij afstand had genomen van haar culturele achtergrond of van haar familie daar. Steun voor dat vermoeden vond de rechter bovendien in handgeschreven aantekeningen die na haar overlijden werden gevonden en die hij aan haar toeschreef, en waaruit bleek hoe sterk zij zich met haar familie in India verbonden voelde. Op grond daarvan achtte de voorzieningenrechter aannemelijk dat het haar vermoedelijke wens was om in India te worden gecremeerd. Haar man kreeg de gelegenheid om op 22 juli in Nederland afscheid te nemen en moest het lichaam die middag vrijgeven, op straffe van een dwangsom van €25.000.
5. De rechter wijst geen nieuwe beslisser aan
Eén onderdeel van dat vonnis wordt vaak over het hoofd gezien en is juist het meest verhelderend. De familie had ook gevraagd om de beslissingsbevoegdheid van de echtgenoot te schorsen en henzelf als uitsluitend bevoegd aan te wijzen. Die vordering werd afgewezen. De rechter neemt de regie dus niet over en benoemt geen nieuwe opdrachtgever: hij toetst uitsluitend of de voorgenomen uitvaart klopt met de wens van de overledene, en verbiedt wat daarmee in strijd is. Ook de vorderingen tegen de uitvaartondernemer werden afgewezen, omdat die nu eenmaal handelt in opdracht van en namens zijn opdrachtgever. Wie hoopt dat een rechter een familieruzie beslecht door de macht anders te verdelen, komt bedrogen uit. De enige vraag op tafel is wat u wilde.
6. Zes werkdagen, en meestal minder
De tijdsdruk maakt dit zo scherp. Artikel 16 van dezelfde wet bepaalt dat begraving of crematie plaatsvindt "niet eerder dan 36 uren na het overlijden en uiterlijk op de zesde werkdag na het overlijden". De burgemeester kan uitstel verlenen, maar dat is een uitzondering en geen recht. In de Haagse zaak werd de dagvaarding op verkorte termijn uitgebracht, was de zitting op 20 juli om half vijf 's middags en lag het vonnis er de volgende dag voor half vier. Zo hoort het ook te gaan, want langer kan simpelweg niet. Maar dat betekent wel dat een familie die het oneens is, binnen enkele dagen een advocaat moet vinden, bewijs moet verzamelen van wat de overledene wilde en voor de rechter moet staan. In de week waarin zij ook nog rouwen.
7. De opdrachtgever tekent, en de opdrachtgever betaalt
Er zit nog een tweede kant aan het opdrachtgeverschap die zelden vooraf wordt besproken. Wie de opdracht aan de uitvaartondernemer geeft, sluit een overeenkomst en is daarmee aansprakelijk voor de rekening. Dat staat los van de vraag wie erft en wie verzekerd was: een uitkering uit een uitvaartverzekering volgt de polis, en een nalatenschap kan bovendien beneficiair worden aanvaard of verworpen, terwijl de uitvaartrekening op naam blijft staan van degene die tekende. Wie dus in de eerste uren "ik regel het wel" zegt, neemt daarmee ook een financiële verplichting op zich. Ook dat is een goede reden om vooraf te bepalen wie dat namens u doet, en om te zorgen dat diegene weet welke polis er ligt en wat die uitkeert.
8. Hoe u uw wens rechtsgeldig vastlegt
Hier is de wet verrassend ruimhartig. Artikel 19 bepaalt dat iedereen vanaf zestien jaar beschikkingen na dode kan maken over de bezorging van zijn lijk, en dat kan op twee manieren: bij notariële akte, of bij een "eigenhandig geschreven, gedagtekende en ondertekende verklaring". U heeft dus geen notaris nodig. Een brief in uw eigen handschrift, met datum en handtekening, voldoet. Het tweede lid voegt daar iets nuttigs aan toe: een in algemene bewoordingen gestelde herroeping van uiterste wilsbeschikkingen wordt geacht die eerdere wens níet te herroepen. Uw uitvaartwens sneuvelt dus niet automatisch als u later uw testament aanpast.
9. Waarom uw testament hiervoor de verkeerde plaats is
Juridisch mag een testament een prima plek zijn, praktisch is het dat zelden. Een testament komt in de regel pas op tafel als de erfgenamen naar de notaris gaan, en dat gebeurt bijna altijd ná de uitvaart. Een wens die pas wordt gelezen als de crematie al is geweest, heeft niemand geholpen. Hetzelfde geldt voor het wensenboekje onder in de linnenkast en voor het bestand op een laptop waar niemand het wachtwoord van heeft. Waar het bij een uitvaartwens op aankomt is niet de vorm maar de vindbaarheid: binnen een dag, door iemand die op dat moment daadwerkelijk in uw huis staat. Leg daarom vast wat u wilt en zorg dat minstens twee mensen weten waar het ligt. In de Levens-kluis bewaart u die wensen samen met uw polisgegevens op één plek, met de mensen die u zelf aanwijst als degenen die erbij kunnen.
10. Wat u concreet vastlegt, en wat uw polis daarmee te maken heeft
Vijf punten dekken het grootste deel van de conflicten af. Begraven of cremeren, en zo ja waar. Welke rituelen of religieuze handelingen voor u wezenlijk zijn. Wat er met de as moet gebeuren, want dat valt wettelijk onder dezelfde regel. Of u in Nederland wilt blijven of naar een ander land wilt worden overgebracht. En wie namens u de opdracht aan de uitvaartondernemer geeft. Dat laatste raakt direct aan uw verzekering: heeft u een naturapolis, ga dan na of die aan een specifieke uitvaartorganisatie is gebonden, want dan kan uw wens botsen met wat het pakket levert. En wilt u repatriëring naar een ander land, controleer dan uitdrukkelijk of uw polis dat dekt, want bij veel uitvaartverzekeringen is dat geen standaardonderdeel maar een aparte dekking. Een wens die uw polis niet kan betalen, legt de rekening bij uw nabestaanden.
11. Verantwoording: waar dit op gebaseerd is
De geciteerde bepalingen komen uit de Wet op de lijkbezorging, zoals geldend vanaf 1 juli 2026: artikel 11 over het verlof, artikel 16 over de termijn, artikel 18 over de maatstaf en artikel 19 over de vorm waarin u uw wens vastlegt. De besproken zaak is het vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag van 21 juli 2026, gepubliceerd onder ECLI:NL:RBDHA:2026:20340 en te vinden via rechtspraak.nl. Het onderwerp kwam in de branche opnieuw op tafel via een artikel van Uitvaart.nl van 25 augustus 2026. Twee kanttekeningen plaatsen wij er zelf bij. Namen noemen wij niet: het gaat om een privézaak van nabestaanden, en het vonnis is ook geanonimiseerd gepubliceerd. En één uitspraak in kort geding is geen vaste rechtspraak. Wat deze zaak laat zien is niet dat een rechter altijd zo beslist, maar wat de rechter moet doen als de wens van de overledene nergens is vastgelegd: gissen op basis van omstandigheden.
Een wens die niemand kan vinden, bestaat niet
De wet legt de beslissing volledig bij u, en toch eindigt zij bij uw nabestaanden zodra u haar nergens heeft opgeschreven. Dat is de hele kloof, en die overbrugt u in een half uur: bepaal wat u wilt, schrijf het op met datum en handtekening, en zorg dat de mensen die het nodig hebben erbij kunnen. In de Levens-kluis legt u dat vast naast uw polisgegevens. Wilt u er meteen zeker van zijn dat het verzekerde bedrag op uw polis nog aansluit bij wat u voor ogen heeft, stuur uw polis dan op via de gratis polischeck: binnen twee werkdagen zetten wij er een helder antwoord onder. Liever samen doornemen wat er in uw situatie verstandig is? Maak een vrijblijvend adviesgesprek met Pro Cura Verzekeringen in Drachten.
Pro Cura Verzekeringen
Weet u zeker dat uw polis nog toereikend is?
Laat ons uw uitvaartverzekering gratis controleren. Binnen twee werkdagen weet u precies waar u staat.
